Rennen door de branding, graven in het zand, achter de golven aan: voor veel honden is het strand de mooiste plek die er bestaat. Met een beetje voorbereiding wordt het voor jullie allebei een ontspannen dag. Hier lees je wanneer je hond op het strand mag, wat je meeneemt en waar je op let bij zout water, hitte en zwemmen in zee.
Wanneer mag je hond op het strand?
Buiten het badseizoen zijn honden op de meeste Nederlandse stranden welkom. In de zomer gelden vaak regels: veel badplaatsen weren honden dan overdag van het strand, of je hond moet aan de lijn. Die periode loopt meestal ergens van mei of juni tot eind september. Vroeg in de ochtend en aan het eind van de dag mag het dan vaak wel.
De regels verschillen per gemeente en soms zelfs per strandopgang. Kijk daarom vóór vertrek op de website van de gemeente, en lees de borden bij de opgang. Veel kustplaatsen hebben ook een speciaal hondenstrand, waar je hond het hele jaar los mag lopen.
Tip: ga vroeg of laat. In de ochtend en aan het eind van de middag is het strand rustiger en koeler, en op veel plekken zijn honden dan ook in de zomer welkom.
Zout water: laat je hond de zee niet drinken
Na een flink potje rennen heeft je hond dorst, en de zee is dichtbij. Toch is zeewater geen dorstlesser: een paar slokken kunnen al braken of diarree geven. Neem daarom altijd vers water mee en bied het elk kwartier aan, ook als je hond er zelf niet om vraagt. Een drinkfles met een ingebouwd bakje werkt het makkelijkst: je hoeft niets te schenken en er komt geen zand in het water.
Vooral honden die steeds een bal uit zee apporteren, krijgen ongemerkt veel zout water binnen. Grote hoeveelheden kunnen leiden tot een zoutvergiftiging. Zie je na het spelen veel braken, trillen, wankelen of sloom gedrag? Neem dan direct contact op met een dierenarts.
Wat neem je mee naar het strand?
De strandtas voor je hond hoeft niet groot te zijn. Dit nemen wij altijd mee:
- Vers drinkwater en een bakje. Reken op minstens een halve liter per hond voor een paar uur, op warme dagen meer.
- Poepzakjes. Ook op het strand ruim je op. Zand bedekt het niet; de volgende bezoeker vindt het wel.
- Een riem of lange lijn voor de stukken waar aanlijnen verplicht is, of als je hond nog niet betrouwbaar terugkomt.
- Schaduw, zoals een parasol of een strandtent. Honden kunnen slecht tegen een dag in de volle zon.
- Speelgoed dat drijft, zodat een bal of speeltje niet met de golven verdwijnt.
- Een handdoek of badjas om je hond af te drogen voordat hij de auto in springt.
Hitte en zon: voorkom oververhitting
Op het strand is weinig schaduw en het zand wordt snel heet. Honden zweten nauwelijks; ze koelen af door te hijgen. Kortsnuitige rassen zoals de Franse bulldog en de mopshond, oudere honden en honden met een dikke vacht krijgen het daardoor het snelst te warm.
- Ga op warme dagen vroeg in de ochtend of aan het eind van de middag.
- Voel het zand met je hand. Kun je je hand er geen vijf seconden op houden, dan is het te heet voor zijn voetzolen.
- Zorg dat je hond altijd in de schaduw kan liggen.
- Laat hem afkoelen in ondiep water, en las genoeg rustpauzes in.
Honden met een lichte neus of een dunne vacht kunnen bovendien verbranden, vooral op de neus en de oorpunten. Hevig hijgen, veel kwijlen, een felrode tong of wankelen zijn tekenen van oververhitting. Breng je hond dan meteen naar de schaduw, maak hem nat met koel (niet ijskoud) water en bel een dierenarts.
Zwemmen in zee: veilig het water in
Niet elke hond is een geboren zwemmer, en de zee is iets anders dan een rustige plas. Golven, stroming en een bodem die ineens wegzakt kunnen ook een ervaren zwemmer verrassen. Laat je hond in zijn eigen tempo wennen en gooi speelgoed niet verder dan waar hij nog kan staan.
- Een zwemvest met handgreep geeft extra drijfvermogen aan puppy's, oudere honden, onzekere zwemmers en kortsnuitige rassen. Met de greep til je je hond makkelijk uit het water.
- Kies speelgoed dat goed blijft drijven en opvalt in de golven.
- Blijf in de buurt en let op stroming. Wappert de rode vlag, dan gaat ook je hond het water niet in.
- Stop op tijd: zwemmen is zwaarder dan het lijkt, en een moe dier gaat sneller kopje-onder.
Opletten op het strand
Een strand zit vol interessante geuren, en niet alles wat je hond vindt, is goed voor hem.
- Kwallen. Ook aangespoelde kwallen kunnen nog prikken. Houd je hond weg van alles wat glibberig op het zand ligt.
- Vishaakjes en vislijn. Vooral bij pieren en golfbrekers blijven die achter.
- Dode vis en vogels. Lekker voor je hond, maar je wilt niet dat hij het opeet of erin rolt.
- Zand eten. Wie steeds een natte bal uit het zand opraapt, krijgt veel zand binnen. Dat kan maag- en darmklachten geven.
Houd ook rekening met andere strandgasten. Niet iedereen vindt een natte, enthousiaste hond op zijn handdoek leuk. Roep je hond op tijd terug, en houd hem aan de lijn als je twijfelt of hij luistert.
Na het strand: zout en zand eruit
Zout water en zand kunnen de huid irriteren en maken de vacht stug. Spoel je hond na een dag aan zee af met lauw, zoet water, vooral tussen de tenen, onder de oksels en rond de oren. Een shampoo is meestal niet nodig; gewoon water is genoeg.
Droog hem daarna goed af. Een badjas van badstof is handig voor de terugweg: je hond droogt op terwijl hij in de auto ligt. Droog ook de oorschelpen voorzichtig af, want bij sommige honden kan achtergebleven water in de oren een ontsteking uitlokken.
In het kort
Check de regels van het strand, neem vers water en schaduw mee, en laat je hond geen zeewater drinken. Ga op warme dagen vroeg of laat, wees voorzichtig met zwemmen en spoel na afloop het zout uit de vacht. Dan wordt het een dag aan zee waar jullie allebei nog lang van nagenieten.